In Het MotorRijwiel nr. 118 besteedden wij 20 pagina’s aan ons eerste HMR Dossier: over de boxertwins van BMW, gebouwd tussen 1955 en 1969 – de periode van de swingarm frames en de Earless-type voorvorken. Voor dit omvangrijke Dossier vroegen wij lezers die zo’n motor hebben of hebben gehad, hun ervaringen aan ons mee te delen. De reacties die daarop kwamen, hebben we hieronder nog eens bij elkaar gebracht, met de foto’s die de inzenders bijsloten.


Reacties

Wiebe Veen

Hierbij enige ervaringen met mijn BMW R50 1964.  Ik kocht hem in 1978 met ongeveer 35.000 km op de teller. De reden van koop: de degelijke uitstraling en het geluid (stationair). De kilometerstand is nu 83.350. Ik heb er vele motortours mee gereden met als uiterste grenzen de Duits-Poolse grens bij de Oostzee, Slovenië en Verdun. De enige pech bij deze reizen: een geknapte koppelingskabel bij de Arlbergtunnel en een gebroken condensatorkabeltje 5 kilometer na de start van een motortour. Ik heb ooit 1ste overmaat zuigers gemonteerd, maar weet achteraf zeker dat dit toen niet had gehoeven. Verder geen reparatie’s. De motor loopt zeer zuinig (gasnaald in laagste stand), met een verbruik van  tussen de 4 en 5 liter per 100 kilometer. Ik kan zo geen minpunten bedenken.



Christian Rijsdijk

Ik heb mijn BMW R60, bouwjaar 1962, in 1983 gekocht van een politieagent. De reden dat ik  toen voor de BMW gekozen heb was dat ik helemaal klaar was met de Japanners. De laatste Jap die ik gereden had was een Yamaha TX750 (30.000 km en 2 motorblokken). De BMW is nu 10 jaar met pensioen, daar ik voor dagelijks gebruik voor woon-werkverkeer nu een R850R heb. In de loop der jaren moest ik een cilinder vervangen (was gebarsten) en de cilinders zijn gehoond  met een setje nieuwe zuigers. De voorste trommelrem is vervangen, de uitlaten zijn ook eens vernieuwd en hij is een keer gespoten. Maar verder heb ik er weinig problemen mee gehad: het motortje draaide altijd.



Adriaan Kragten

Vanwege mijn baan bij Philips had ik wat meer te verteren en ik dacht dat ik me nu wel een BMW kon permitteren. Ik had van twee jaargangen Motor alle aanbieding van de BMW R50, de BMW R60 en de BMW R69S in een grafiek gezet met het bouwjaar op de x-as en de vraagprijs op de y-as. Dat bleek een hele duidelijke grafiek op te leveren waarbij de gemiddelde prijs toenam naarmate de motor nieuwer was. Deze BMW-typen zijn vanaf 1955 tot 1969 in nagenoeg ongewijzigde vorm geproduceerd maar zelfs een motor van 1955 kostte nog steeds een heleboel geld als hij er mooi uitzag.     Er zat op de Leenderweg een zaak die alleen in gebruikte BMW’s handelde en die in staat was om zelfs de oudste BMW er nog weer uit te laten zien alsof hij net uit de fabriek kwam. Ik heb daar vaak voor de etalage staan likkebaarden. Maar daar moest je wel veel meer betalen dan ik uit mijn grafiek kon afleiden. Op een gegeven moment stond er in Motor een BMW R60 waarvan de prijs wat onder mijn grafiek viel. Ik ben er meteen op af gegaan en het bleek dat iemand in één koop op een veiling twee BMW R60’s gekocht had die van de politie geweest waren. De mooiste hield hij zelf maar de andere was te koop. Ik heb er toen nog 100 gulden vanaf weten te dingen en hem voor 1700 gulden mee naar huis genomen. Hij zag er niet gek uit maar ik vond dat hij perfect moest zijn en besloot om hem helemaal na te kijken en opnieuw te schilderen. Technisch mankeerde er weinig aan want hij was altijd prima onderhouden. Ik heb alleen de kegellagers van de achtervork vervangen want daar zaten zware punten in. Ik had al heel wat motoren zwart geschilderd en gebruikte daar Autoflex voor. Dit was een dure verf maar hij trok perfect strak als je een zachte kwast gebruikte en je kon haast niet zien dat hij niet gespoten was. Een probleem met een BMW was dat er dubbele witte lijnen op de spatborden en op de tank stonden. Als die er niet op stonden dan kon je zien dat hij overgeschilderd was. In de fabriek hadden ze iemand die de lijnen er uit de vrije hand op schilderde maar ik had niet zo’n vaste hand dat ik daaraan durfde te beginnen. Met stroken plakband heb ik daarom precies afgedekt waar geen witte verf mocht komen en het resultaat was niet van echt te onderscheiden. Ik heb nog een mooie foto van de BMW R60 met daarop mijn zoon Jeroen en daarachter mijn vrouw José. Deze foto is gemaakt toen we net in Veldhoven woonden. Die zoon is nu inmiddels 40. Hij heeft ook heel wat brommers en motoren versleten maar hij houdt meer van moderne Japanse viercilinders. Om het huis in Veldhoven te kunnen kopen hadden we een zware hypotheek nodig en van mijn maandsalaris bij Philips bleef daarom maar weinig over. Ik besloot daarom om de mooie BMW te verkopen zodra het lente werd en de handel weer op gang kwam. Ik vroeg er 2500 gulden voor. Er was veel belangstelling voor en ik kreeg er al van de eerste bezoeker een bod op van 2000 gulden, dat ik accepteerde. De motor stond nog op de oprit omdat er alleen handgeld betaald was en na een paar uur kwam er nog iemand anders die er 2250 gulden voor bood. Jammer genoeg had ik hem toen al net verkocht. Ik heb er maar erg weinig mee gereden en heb er altijd spijt van gehad dat ik hem moest verkopen. Later heb ik nog wel eens geprobeerd om weer een BMW R50 of R60 te kopen maar ze werden steeds meer waard en voor veel minder kon je een nieuwer type kopen.



John Searle

Ik ben al jaren lid van jullie blad en als relatief jonge klassieke motorliefhebber (36 jaar) viel mij jullie oproep op. Ik heb mijn R60 sinds mijn 18e jaar, een paar maanden gekocht voordat ik mijn motorrijbewijs heb gehaald. Mijn R60 komt oorspronkelijk uit Cornwall, waar mijn Engelse tante woonde. Hij was al gerestaureerd toen ik hem kocht. Mijn eerste motor heb ik dus al 18 jaar en hij gaat nooit meer weg. Het Stoye zijspan is er (uit een advertentie in jullie blad gevonden) later bijgekomen. Nu ik twee jonge kinderen heb (Vera is 6 jaar, Noud 3) is het genieten om de kinderen mee te nemen in het zijspan en met mijn vrouw achterop op vakantie. De Sint heeft er afgelopen 5 december ook van genoten!



Wim Schrieven

Ik was op zoek naar een motor omdat we in 1973 bij de brand van ons huis nog wat over hadden, dus mijn vrouw een vaatwasser en ik een motor. De keuze was tussen BMW en Laverda en de Laverda viel af vanwege de ketting. Bij een motorzaak in Best stond de BMW R50 van 1955 in de etalage en ik kocht hem in 1974 voorƒ1400,-. Ik heb er diverse jaren woon-werkverkeer mee gereden, totdat bij een terugrit van het werk bij het optrekken bij een verkeerslicht de koppelingskabel brak terwijl ik opschakelde naar 2. De versnellingsbak sloeg vast, want het 2e versnellingstandwiel was defect. Bij diverse sloperijen gezocht naar een ander tandwiel, maar die waren allemaal te groot. Uiteindelijk vond ik bij een motorsloperij in Veldhoven een tandwiel van de goede maat (eerste type bak). In 1994 heb ik d emotor uit elkaar gehaald om een revisie uit te voeren. In 2002 was hij weer rijklaar, alleen de carburateur was niet goed. In 2006 kocht ik een nieuwe R1200ST, waardoor de R50 nog langer moest wachten. In 2011 kwam er een andere carburateur op en een ontstekingsspoel. Nu loopt hij goed, maar het is wel wennen als je 80.000 km met een R1200 hebt gereden.



Marc Hofmans

De R60/2 van Marc Hofmans is afkomstig van de Franse politie en is de enige in dit gezelschap met een 12 volt wisselstroomdynamo. Het bouwjaar van de motor is ’67 en aan de alternator en de gelijkrichter is volgens Marc te zien dat BMW toen al bezig was met de nieuwe /5 modellen. Na aanschaf werd de boxer grondig gereviseerd en gerestaureerd en vormde aldus een technische inspiratiebron voor zijn perfectionistische eigenaar. Deze BMW is Marcs favoriete motor voor de lange en korte vakantietrips, (club)toertochten, weekendritten en lange rallies. Wanneer de motor technisch in orde is, is er alleen maar sprake van positieve eigenschappen zoals betrouwbaarheid, comfort, soepelheid van het blok en wegligging. Marcs tip om “shimmiën” bij hogere snelheden te vermijden: “de schijven van de frictie stuurdemper moeten in perfecte staat verkeren evenals de conische lagering van voor - en achtervork en de afstelling ervan. Ook model en correcte spanning van de voorband zijn heel belangrijk.”



Louis Zels

Ik ben pas op latere leeftijd BMW-fan geworden. Het werd een R50 met Steib SL500 zijspan want de twee kleinsten moesten ook mee. Ik kocht de R50 in 1984 op de beurs in Drunen en heb hem zelf gerestaureerd. Na een paar jaar kon hij de weg op en mooi was het span wel, want bij de eerste clubrit won hij de prijs voor de mooiste machine. Later kwam er een R69S in plaats van de R50 en moest ik wel zoeken naar een geschikte zijspanoverbrenging (27/7). Ook kwamen er nieuwe remvoeringen rondom. Met deze zijspancombinatie heb ik met mijn gezin meer dan 80.000 km gereden zonder één mankement. Sinds ook de jongste kinderen het huis uit zijn, rij ik solo op de R69S en heb ik het Steib zijspan aan een R60 gehangen om met vrouwlief te toeren. De R60 kreeg in 2006 op reis in Zuid Frankrijk ontstekingskuren bij een  hitte van zo’n 36°, maar door het voorste deksel te verwijderen kreeg de zaak weer koeling en kwamen de vonken terug. In de loop der tijd heb ik de machine van een nieuwe dynamo, een nieuwe ontstekingsmagneet en Champion bougies voorzien, die beter voldoen dan de Bosch exemplaren. Ik heb niets dan lof over voor mijn boxertwins. Om de krukassen een lang leven te garanderen, ververs ik om de 2000 km de olie (Slick 50 SAE 20/40 met molybdeendisulfide additief). Mijn BMW-verzameling is in de loop der jaren gestaag gegroeid, maar als er slechts ééntje zou mogen blijven, dan zal het ongetwijfeld de R69S wel zijn!



Henk Enting

Ik ben in het bezit van 2 BMW motoren, een BMW R60, bouwjaar 1966, en een BMW R60 met zijspan van 1969. De solo BMW heb ik destijds van mijn broer overgenomen, gewoon omdat ik dit een mooie motor vind en hij wou verkopen. U moet weten dat ik “vroeger”, toen ik net begon met (officieel) motor te rijden, ik tweetaktfanaat was en ik deze BMW’s gewoon lelijk vond… Ik ben nu inmiddels 53 jaar en kijk nu heel anders tegen dit soort motoren aan. (Wijsheid komt met de jaren?) De tweede BMW (met Hollandia zijspan) is een BMW die destijds door de gemeentepolitie van Amsterdam is gebruikt. Hij is door mijn vader van een kennis bij ons in het dorp gekocht. Mijn vader is helaas vorig jaar overleden, dus ben ik nu de “trotse bezitter” van dit zijspan. Dit zijspan is inmiddels 25 jaar in het bezit van onze familie. In 1988 zijn wij er mee getrouwd en heeft het zijspan ons vervoerd naar het gemeentehuis in Roden. ’s Avonds heeft het zijspan in de hal gestaan van Café Hofsteenge in Grolloo, waar ons bruiloftsfeest was. Ik mag graag op mijn BMW’s rijden, al is er natuurlijk een verschil van dag en nacht tussen het rijden op een solomotor en een zijspan. De motoren worden het meest gebruikt voor ritjes in de buurt, en meestal bij mooi weer. Af en toe doe ik ook mee aan een toertocht van de Vereniging Klassieke Motoren en ook rijd ik met het zijspan al jaren mee bij de Sinterklaasintocht in Assen. Technisch heb ik er nog nooit grote problemen mee gehad.



Geert Huylebroeck

Als verwoed off-the-road-fanaat ben ik verslingerd aan enduro-machines en de Gelände Sport modellen van BMW zijn mijn favoriete Duitse modellen. Van de meeste G.S.-sen heb ik een exemplaar in het schuurtje staan en recent heb ik mijn BMW-collectie aangevuld met een klassieke enduro-versie uit de vroege jaren ’60, die als “Zabrocky” werd verkocht, uitgerust met de telescoop voorvork van de Duitse Gelände machines.



André Vranken

“Ik ben geen merkfanaat”, geeft André Vranken onmiddellijk toe. Naast diverse Norton, AJS en Matchless twins bezit André een R60 en een fonkelende R69S van het laatste type, uitgedost met een kolossale 32-liter Heinrich benzinetank en veel chroom. “Die kocht ik van een man uit Knokke en dat was duidelijk een show bike. De meeste kilometers leg ik af op mijn R60, onder andere voor grote en tussendoor vakantiereizen en toerritten. Die R60 ziet er wat ‘ afgereden’ uit, maar is technisch 100%. Met de huidige verkeerssituatie ben je trouwens net zo snel als met de R69S, alleen trekt die feller op en wil die naar hogere toerentallen”. André is erg behoedzaam voor “perfect gerestaureerd” te koop aangeboden boxers. Zeker wanneer dit een verkoopsargument is moet dit worden bewezen met facturen of met foto’s. Naast goede kanten als het originele éénpersoons zweefzadel (dat hij verkiest boven de Denfeld duozit ), de cardanoverbrenging, de betrouwbaarheid en het comfort waarschuwt André voor “shimmiën” bij sommige modellen en de iets mindere stuurkwaliteiten wanneer hij een blik werpt op zijn Norton Dominator 99.



Paul Reijmer

In 1971 was de motorsport nog betaalbaar en als BMW-fan (een  R50 in caféracer-uitvoering voor de weg) bouwde ik ook een zijspan aan een BMW R69S. Het was een standaard motor met alleen \"losse\" pijpen en een 26/6 zijspan gearing. De toenmalige bakkenist, Theet Hafkamp, was zowel bakkenist in de wegrace (met een BMW kneeler) als in de cross. Hierbij een foto van de KNMV motocross  in Oldebroek in 1973.



Kees Bouwmeester

Mijn motorleven begon in 1966. Ik had maar één hobby en dat was motorrijden, rijden, rijden en nog eens rijden; bezeten was ik ervan. Mijn eerste motor was een BMW R69 van 10 jaar oud en ik ging dat jaar ook meedoen aan standaardraces. Maar dan kon je 3 wedstrijden rijden in een jaar en dat was lang niet genoeg voor me. Dus moest er een 500 komen, dan kon je meedoen met de nationale 500 cc races. En dat waren al zo’n 10 wedstrijden. Dus werd de R69 omgeruild voor een R50 die nog ouder was en zo heb ik 3 jaar met swing-BMW’s gereden. Als je nu, zo’n 45 jaar later, terugkijkt en een mening moet geven, is dat best wel moeilijk. Als racemotor was de motor ongeschikt, maar je deed het ermee. Als toermotor was er geen fijnere. Comfortabel met een hoofdletter! 1982 was mijn laatste racejaar. In 1986 kocht ik een nieuwe Honda CX650 en daar rijd ik nog steeds met veel plezier op. Eigenlijk komt deze motor toch wel heel dicht bij de swing-BMW’s.



Peter van Ek

Ik kocht mijn eerste BMW in 1963, een R50 van 1956 voor destijds 1800 gulden.  Al gauw kwam ik er mee op Zandvoort terecht en reed in september 1963 de populaire Sterrendag mee. Ook maakte ik veel vakantiekilometers met de BMW.  In 1964 heb ik de BMW helemaal naar eigen wens opnieuw opgebouwd, motorblok gereviseerd en alles gemoffeld en veel onderdelen verchroomd. Dat jaar heb ik er diverse evenementen mee gereden: Nationale Junioren, de Zesurenrace op Zandvoort (Tweede achter Spahn/Noorlander) en wederom de Sterrendagen. Ook de wedstrijden in Tubbergen en Etten/Leur.  In 1965 en 1966 heb ik hetzelfde programma afgewerkt maar in \'66 ben ik door een ongeluk(je) met de wedstrijdsport gestopt. Sterke kanten van de swingarm-boxers: zeer betrouwbaar, heel comfortabel, strakke wegligging en redelijk goed zelf te onderhouden. In 1980 heb ik dit rijwielgedeelte gebruikt om er een zwaar 1000 cc blok van een R100S in te hangen als zijspanmotor, waar ik 8 jaar naar tevredenheid mee gereden heb. In 1988 heb ik een bijna identiek frame gebruikt om er een 1500 cc Alfa Romeo Boxer zijspan mee aan te drijven. (En die heb ik nog steeds na 240.000 km). Minpunten van de boxers? Je moet er mee leren rijden, bij remmen komt de voorpartij omhoog! (Klopt gezien de manier van verankeren van de remplaat).




terug